Toegang tot de WSNP

ByArjan van Luipen

Toegang tot de WSNP

Niet iedereen wordt toegelaten tot de WSNP. Waarom wordt de ene schuldenaar wel en de andere schuldenaar niet toegelaten?
In deze blog geven wij beknopt de voorwaarden aan voor de toegang tot de schuldenaringsregeling (WSNP):

1. De schuldenaar dient het voortraject te hebben doorlopen

Toegang tot de WSNP kan pas plaatsvinden indien eerst is getracht via een minnelijk traject tot een oplossing voor de schulden te komen. Dit traject (‘het minnelijk traject’) loopt veelal via de gemeente. Na een inventarisatie van de schulden en een eventuele stabilisatiefase zal de schuldhulpverlening proberen met de schuldeisers een akkoord te bereiken. Indien alle schuldeisers daarmee akkoord gaan, wordt (indien de regeling ook kan worden nagekomen) via die weg tot een sanering van de schulden gekomen. Indien één of meerdere schuldeisers niet instemmen met de regeling, zal een WSNP-traject worden gestart (al dan niet gecombineerd met een verzoek dwangakkoord).

2. Het verzoekschrift tot toelating van de WSNP moet correct en volledig zijn

Om ontvankelijk te worden verklaard in het verzoek (dit is dat de rechtbank het verzoek ook inhoudelijk zal behandelen) moet het verzoekschrift zelf aan allerhande vereisten te voldoen. Deze eisen zijn opgenomen in art. 285 van de Faillissementswet. Eén van de belangrijkste documenten is de zogeheten 285-verklaring, die moet worden afgegeven door of namens de gemeente. 

3. De schulden dienen problematisch te zijn

Indien de schuldenaar de schulden zelf binnen een redelijke termijn kan oplossen, zal de rechter deze persoon niet toelaten tot de schuldsaneringsregeling. 

4. De schulden mogen niet ‘te kwader trouw’ zijn ontstaan

De toelatingsrechter zal per schuld controleren of bij ontstaan daarvan de schuldenaar te goeder trouw was. Het begrip ‘te goeder trouw’ is vaak lastig uit te leggen, maar grof genomen komt het erop neer dat een schuld moet zijn ontstaan, terwijl de schuldenaar daar niets aan kon doen. Voorbeelden van een schuld te goeder trouw zijn bijvoorbeeld een hypotheekschuld die is ontstaan door de gedwongen verkoop van een woning. 

Schulden die naar hun aard niet te goeder trouw zijn ontstaan, zijn:

  • fraudevorderingen (bv terugvordering door het UWV of Sociale Dienst);
  • (Verkeers)boetes;
  • strafrechtelijke boetes.

Er wordt overigens in principe alleen gekeken naar schulden die korter dan 5 jaar geleden zijn ontstaan. Schulden ouder dan 5 jaar hoeven – ondanks de reden van het ontstaan – toelating tot de WSNP niet in de weg te staan.

5. De rechter moet het idee hebben dat de schuldenaar in staat zal zijn om de verplichtingen uit de WSNP na te komen.

Tijdens de WSNP heeft de schuldenaar diverse verplichtingen, waaronder:

  • een actieve informatieverplichting richting bewindvoerder;
  • sollicitatieplicht;
  • de plicht om geen nieuwe schulden te maken;
  • de plicht om de boedelbijdrage te betalen.

Indien de Rechtbank het niet aannemlijk vindt dat de schuldenaar bovenstaande verplichting zal (kunnen) nakomen, zal de rechtbank toegang tot de schuldsaneringsregeling weigeren. Redenen om aan te nemen dat de verplichtingen niet kunnen worden nagekomen zijn divers, maar deze zijn onder meer: 

  • er is sprake van een drank-, drugs of gokverslaving;
  • in de periode voorafgaand aan de aanvraag WSNP, heeft de schuldenaar niet laten zien saneringsgezind te zijn;
  • er is geen sprake van een stabiele situatie;
  • de geestelijke vermogens van de schuldenaar zijn dermate dat niet te verwachten is dat deze de verplichtingen uit de WSNP zal kunnen nakomen (dan zal de rechtbank dan veelal aangeven dat beschermingsbewind geregeld dient te worden).

About the author

Arjan van Luipen administrator